Terug

Artrose van de pols

Artrose betekent slijtage van het kraakbeen. Kraakbeen is een laagje op het uiteinde van het bot wat ervoor zorgt dat het gewricht oppervlak mooi glad is, waardoor dit goed kan scharnieren. Bij artrose wordt het kraakbeen dunner. Hierdoor schuurt bot op bot. Dit geeft vaak zwelling van het gewrichtskapsel wat zich uit in pijn en stijfheid.

Hoe artrose ontstaat, is niet precies bekend. Het komt vaker voor bij vrouwen en in beroepen waarbij bepaalde gewrichten langdurig zwaar zijn belast. Daarnaast zijn er families met aanleg voor artrose. Tenslotte zie je dat het kraakbeen beschadigd kan zijn na een breuk of ander trauma in de hand in het verleden.

Operaties voor artrose van de pols

Proximale rij carpectomie (PRC)

Hoe gaat de operatie?
De ingreep vindt plaats onder een blokverdoving van de arm of narcose in dagbehandeling. Aan het begin van de ingreep krijgt u eenmalig antibiotica. Tijdens de ingreep heeft u een strak opgeblazen bloedleegte band om uw bovenarm zodat in het operatie gebied alles goed zichtbaar is.
Het litteken zal in de lengte richting over de achterkant van de pols lopen om goed overzicht te krijgen in de pols. Na beoordeling van de ernst van slijtage worden de drie botjes van de proximale rij (scaphoid, lunatum en triquetrum) verwijderd. Soms is het ook nodig om een uitstekende punt van de radius te verwijderen. Het kapsel wordt weer gesloten en de huid wordt onderhuids met oplosbare hechtingen dicht gemaakt. U krijgt hechtpleisters, drukkend verband en een spalk. 

Wat mag ik na de operatie?
U heeft een verband, een spalk en een mitella. De eerste dagen dient u uw hand hoog te houden om zwelling tegen te gaan. Zwelling geeft meer pijn en stijfheid.
Na een week komt u op controle op de polikliniek. De handtherapeut zal uw spalk vervangen en starten met oefentherapie. De spalk dient 4 weken dag en nacht (ook tijdens douchen) gedragen te worden en mag alleen af voor de oefeningen die u gekregen heeft. Hierna wordt deze langzaam afgebouwd onder begeleiding van de handtherapeut.
Hou er rekening mee dat deze ingreep uitgebreid is en  de eerste dagen veel pijn kan veroorzaken. Plan dus rust in.

4 corner fusion

Hoe gaat de operatie?
De ingreep vindt plaats onder een blokverdoving van de arm of narcose in dagbehandeling. Aan het begin van de ingreep krijgt u eenmalig antibiotica. Tijdens de ingreep heeft u een strak opgeblazen bloedleegte band om uw bovenarm zodat in het operatie gebied alles goed zichtbaar is. Het litteken zal in de lengte richting over de achterkant van de pols lopen om goed overzicht te krijgen in de pols. Na beoordeling van de ernst van slijtage en de kwaliteit van het kraakbeen van het lunatum en capitatum  wordt besloten tot een proximale rij carpectomie (zie boven) of een 4 corner fusion. Bij een 4 corner fusion worden 4 botjes (capitatum, lunatum, triquetrum en hamatum) aan elkaar vast gezet. Het scaphoid wordt eerst verwijderd. Om ervoor te zorgen dat de botjes aan elkaar vastgroeien wordt het kraakbeen tussen de botjes verwijderd. Vervolgens worden ze met een plaat en schroefjes of alleen met schroeven tegen elkaar aangedrukt. Hierna wordt het gewricht kapsel gesloten en de huid gehecht met onderhuidse oplosbare hechtingen en hechtpleisters. U krijgt een drukkend verband en een (gips)spalk. 

Wat mag ik na de operatie?

U heeft een verband, een spalk en een mitella. De eerste dagen dient u uw hand hoog te houden om zwelling tegen te gaan. Zwelling geeft meer pijn en stijfheid.
Na 8-10 dagen komt u op wondcontrole op de polikliniek. De handtherapeut zal uw operatie spalk vervangen. De spalk dient 4 weken dag en nacht (ook tijdens douchen) gedragen te worden en mag alleen af voor de oefeningen die u gekregen heeft. Hierna wordt deze langzaam afgebouwd onder begeleiding van de handtherapeut.
Hou er rekening mee dat deze ingreep uitgebreid is en  de eerste dagen veel pijn kan veroorzaken. Plan dus rust in.

Pols prothese

Hoe gaat de operatie?
De ingreep vindt plaats onder een blokverdoving van de arm of narcose in dagbehandeling. Aan het begin van de ingreep krijgt u eenmalig antibiotica. Tijdens de ingreep heeft u een strak opgeblazen bloedleegte band om uw bovenarm zodat in het operatie gebied alles goed zichtbaar is. Het litteken zal in de lengte richting over de achterkant van de pols lopen om goed overzicht te krijgen in de pols. Na het beoordelen van de artrose wordt er ruimte gemaakt voor de polsprothese. Hiervoor wordt het lunatum verwijderd en worden er van andere middenhand botjes stukken verwijderd. Na het plaatsen van de prothese wordt het polskapsel gesloten. De huid wordt gehecht met onderhuidse, oplosbare hechtingen. U krijgt een drukkend verband en een mitella. 

Wat mag ik na de operatie?
U heeft een verband, een spalk en een mitella. De eerste dagen dient u uw hand hoog te houden om zwelling tegen te gaan. Zwelling geeft meer pijn en stijfheid.
Na 8-10 dagen komt u op wondcontrole op de polikliniek. De handtherapeut zal uw operatie spalk vervangen. De spalk dient 4 weken dag en nacht (ook tijdens douchen) gedragen te worden en mag alleen af voor de oefeningen die u gekregen heeft. Hierna wordt deze langzaam afgebouwd onder begeleiding van de handtherapeut.
Hou er rekening mee dat deze ingreep uitgebreid is en  de eerste dagen veel pijn kan veroorzaken. Plan dus rust in.

Pols artrodese (het vast zetten van het polsgewricht)

Hoe gaat de operatie?
De ingreep vindt plaats onder een blokverdoving van de arm of narcose in dagbehandeling. Aan het begin van de ingreep krijgt u eenmalig antibiotica. Tijdens de ingreep heeft u een strak opgeblazen bloedleegte band om uw bovenarm zodat in het operatie gebied alles goed zichtbaar is. Het litteken zal in de lengte richting over de achterkant van de pols lopen om goed overzicht te krijgen in de pols. Na het beoordelen van de artrose wordt het kraakbeen tussen de botjes in het polsgewricht verwijderd. Hierna wordt een plaat geplaatst, welke met schroeven wordt vastgezet. Hierdoor worden de botten tegen elkaar aangedrukt, zodat ze vast kunnen groeien. Het polskapsel wordt over de plaat heen gesloten. De huid wordt gehecht met onderhuidse, oplosbare hechtingen. U krijgt een drukkend verband en een mitella. 

Wat mag ik na de operatie?
U heeft een verband, een spalk en een mitella. De eerste dagen dient u uw hand hoog te houden om zwelling tegen te gaan. Zwelling geeft meer pijn en stijfheid.
Na 8-10 dagen komt u op wondcontrole op de polikliniek. De handtherapeut zal uw operatie spalk vervangen. De spalk dient 6-8 weken dag en nacht (ook tijdens douchen) gedragen te worden. Dit om bewegingen tussen de botten van het oude polsgewricht tegen te gaan, waardoor deze niet goed zouden kunnen vast groeien (non-union).   Na 6-8 weken wordt de spalk langzaam afgebouwd onder begeleiding van de handtherapeut. Het streven is dat u na 12 weken spalk vrij bent.
Hou er rekening mee dat deze ingreep uitgebreid is en de eerste dagen veel pijn kan veroorzaken. Plan dus rust in.

Artrose van de pols