Terug

Carpaal Tunnel Syndroom

Het Carpaal Tunnel Syndroom (CTS) is een aandoening waarbij een zenuw in de pols beklemd raakt. Het ontstaat door zwelling van weefsel rondom de buigpezen, waardoor de zenuw wordt beklemd. Hierdoor ontstaat een doof of prikkelend gevoel en pijn in de arm, hand en vingers. In de pols loopt een tunnel, de carpaal tunnel. Door deze tunnel lopen de middelste handzenuwen en de negen buigpezen van de onderarm naar de hand.

Oorzaak

Mogelijke oorzaken kunnen zijn:

  • Het, gedurende lange tijd, maken van eenzelfde beweging (overbelasting).
  • Een peesontsteking: het omhulsel van de spierpezen zwelt op waardoor de druk op de zenuw in de carpaal tunnel toeneemt.
  • Verstuikingen, botbreuken en gewrichtsontsteking (artritis) kunnen tot vernauwing van de tunnel leiden .
  • CTS komt regelmatig voor bij patiënten met reuma, suikerziekte of een traag werkende schildklier.
  • Zwangerschap: een zwangere vrouw houdt vaak veel vocht vast. Hierdoor kan een zwelling in de tunnel ontstaan met bijbehorende klachten. In dit geval gaat het carpaal tunnel syndroom doorgaans spontaan over na de zwangerschap. De klachten treden meestal ‘s nachts op. Sommige activiteiten waarbij de hand in een bepaalde stand wordt gebruikt, bijvoorbeeld autorijden, fietsen of de krant lezen, kunnen ook klachten veroorzaken.

Klachten

Deze kunnen per persoon verschillen. Zo kunt u last hebben van:

  • Een doof of tintelend gevoel in één of beide handen. Vooral in de handpalm, de duim, wijs-, middel- en ringvinger; nooit in de pink.
  • Krachtverlies van uw hand en gevoelsstoornis in de vingertoppen, waardoor u gemakkelijk iets laat vallen.
  • Heeft u al lang last van de aandoening en is daardoor de druk op de zenuw langdurig, dan zal de hand minder goed gaan functioneren maar wordt de pijn minder. In het ergste geval kan blijvend gevoelsverlies optreden en slinken de spieren van de muis van de duim.

Hoe gaat de operatie?
De operatie vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving. Hierna wordt tijdelijk de bovenarm afgeknepen door een strak opgeblazen bloedleegte band, zodat alles in het operatie gebied goed te zien is.  U krijgt 1-2 prikken aan de binnenzijde van de pols ter plaatse van de carpale tunnel. Vervolgens wordt een incisie in de huidlijn gemaakt en wordt de tunnel geopend.
Hierna wordt de huid weer gesloten met niet oplosbare hechtingen. Deze worden na 8-10 dagen verwijderd op de polikliniek. U krijgt een drukkend verband en een mitella.

Wat mag ik na de operatie?
Het verband mag na 2-3 dagen door u worden verwijderd. Hierna kunt u volstaan met een pleister op de wond. De eerste 4 weken is het belangrijk om een brace te dragen bij tilwerkzaamheden of andere zware belasting. Nadat de hechtingen zijn verwijderd is het belangrijk om het litteken goed in te smeren en dagelijks te masseren. Houdt er rekening mee dat het litteken vaak de eerste 3 maanden gevoelig is  en verdikt aan voelt.

Carpaal Tunnel Syndroom