Terug

Trigger finger

Een trigger of haperende vinger is het gevolg van irritatie en ontsteking van de buigpees in de handpalm zonder een infectie. Door zwelling van de buigpees en de omgevende peesschede, kan de pees niet langer vrij bewegen tijdens het buigen en strekken van de vinger. Een haperende vinger komt vaker voor bij vrouwen in de leeftijdscategorie van 45 tot 65 jaar. Deze aandoening kan in alle vingers en in de duim optreden. Soms speelt overbelasting een rol.

Klachten en symptomen
Aanvankelijk is er sprake van geringe pijn of irritatie bij het buigen van de vinger, met name bij het vastgrijpen van objecten of kracht zetten met de hand. Het buigen en strekken van de vinger kan moeizaam en schokkend verlopen. De vinger hapert soms als deze gestrekt wordt, zoals het overhalen van een trekker (in het Engels: trigger vinger syndroom).
Door toenemende verdikking van de buigpees verergert de pijn en kan er op een gegeven moment een situatie ontstaan dat u de vinger niet meer op eigen kracht kunt strekken en dat de vinger blijft haken in een gebogen stand.

De operatie
Een haperende vinger kan op twee manieren behandeld worden. De meest eenvoudige behandeling is een plaatselijke injectie met een ontstekingsremmer. Dit kan gevoelig zijn, maar het geeft in combinatie met rust, vaak verlichting van de klachten. De klachten kunnen echter terugkomen (dit gebeurt in ongeveer 40% van de gevallen). De injectie wordt doorgaans op de polikliniek gegeven. De meeste definitieve oplossing bestaat uit een kleine operatie onder plaatselijke verdoving. Hierbij wordt via een kleine incisie (sneetje) de peesschede in de lengterichting geopend. Hierdoor ontstaat er weer ruimte voor de verdikte pees om te bewegen. De behandelde vinger kan direct na de operatie weer normaal bewegen. Om verklevingen te voorkómen, is het noodzakelijk dat u na de operatie regelmatig uw behandelde vinger strekt en buigt.
Voor de poliklinische ingreep wordt een afspraak gemaakt.

Na de operatie
Over het algemeen zal u na de operatie niet veel pijn ervaren. Sommige patiënten ervaren na de operatie nog enige tijd een lichte zwelling van het litteken, of stijfheid van de vinger. Dit zien we vooral bij patiënten met reuma of suikerziekte.
24-uur na de operatie mag u het verband zelf verwijderen, en kunt u een kleine pleister op de wond doen. U mag gewoon douchen, waarbij uw hand nat mag worden.
Na ongeveer twee weken worden de hechtingen op de polikliniek verwijderd. U krijgt hiervoor een afspraak mee.
U moet er rekening mee houden dat u 6 tot 8 weken na de operatie last kan houden van uw hand bij het stevig vastgrijpen van objecten. Het litteken heeft zeker 3 tot 6 maanden nodig om soepel te worden.
Na de behandeling is er een zeer kleine kans dat het probleem terug zal keren aan dezelfde vinger. Het kan echter wel gebeuren dat hetzelfde probleem aan een andere vinger ontstaat.

Trigger finger